Een nieuw hoofdstuk: Alleen wonen!

1 April 2019, er begint een nieuw hoofdstuk voor mij. Ik ga alleen wonen. Mijn appartementje is perfect voor mij. Niet te groot, een inloopdouche, een groot zonnig terras en makkelijk te poetsen. ik en mijn appartement zijn een perfecte match.

Hoewel alleen gaan wonen niet een evidentie is voor mij, lukt het toch wel heel goed. Ik krijg veel hulp van mijn gezin en de specialisten staan klaar om professionele diensten in te schakelen, als ik er om vraag. Maar zolang we het kunnen opvangen in het gezin, komt alles goed.

Het is een geweldig gevoel om een eigen plekje te hebben, een plekje dat helemaal alleen van mij is. Een plekje waar ik de stress, gejaagdheid aan de deur kan achter laten.

De verhuis zelf is op mijn tempo gebeurd. Ik heb bijna een maand ingepakt en een maand uitgepakt en heel veel gedelegeerd waar wat moest komen.
Maar ja, soms luister ik niet goed en ging ik toch mee duwen en trekken aan de meubelen, dozen dragen, en de trap veel te dikwijls op en af gegaan en dan komt dat mannetje met het hamertje en heeft mij knock-out geslagen.

Dus nu heb ik platte rust, even geen dozen uitpakken, spuiten krijgen met pijnstilling en wachten tot mijn lichaam hersteld is. En vooral genieten van mijn eigen plekje.

Prettige feesten!

Feestdagen, tijd van gezelligheid. Voor mij niet, dit is een tijd van uitputting. Helemaal uit ritme geraken, een paar dagen op adem komen en dan terug uitputting en bye bye ritme.

Ik ben een kerstzot, in november begin ik al te zagen dat ze de kerstboom opzetten, rondrijden om naar de lichtjes te gaan kijken, mijn kerstdorp creëren. Ik ben helemaal in voor kerstmis.

Alleen zijn de feestdagen een uitputtingsslag voor mij. Ik kan zowizo al niet goed tegen de drukte en met de feestdagen is het vele drukker in de winkels dan anders. Iedereen gaat op hetzelfde moment winkelen. Dat is al een energie vreter.

Afbeeldingsresultaat voor kerstAan het koken en klaar zetten van de tafels moet ik (gelukkig) niet mee helpen. Maar van rust in huis is er dan toch ook geen spraken hoor.
En dan gaan we tafelen, met 20 mensen aan een tafel en maar bijpraten en vertellen en eten en drinken. Dan gaan we cadeautjes open doen en iedereen raad mee. Dan zijn we een kippenkot, iedereen zegt iets, de een al wat harder dan de ander.
en mijn energieniveau zit ergens op -100, is helemaal verdwenen. er komt alleen maar uitputting voor in de plaats, een gevecht om wakker en alert te kunnen blijven.

Kerstdag is gelukkig vele rustiger, dan zijn we maar met 7. Als ik dan niet meer kan ga ik op de zetel liggen of in mijn bed.

Met oud en nieuw herhalen we alles dan nog is, en wordt de uitputting alleen maar groter en groter.

Ik heb heel de maand januari nodig om te recupereren van de feestdagen. Dus mijn nieuwe jaar begint met veel slapen en weinig doen. 🙂

Aan iedereen vrolijke kerstdagen en een gelukkige nieuwjaar.

Afbeeldingsresultaat voor fijne feestdagen 2019

Tijd voor een nieuwe uitdaging!

Ik kan heel goed omgaan met mijn ziek zijn. Ik heb mijn ups and downs maar alles lukt. Ik ga met piepkleine stapjes vooruit in mijn herstel van mijn terugval. Toch heb ik een probleem. Hoe langer ik thuis zit, hoe gekker ik wordt. Ik zou de muren oplopen omdat mijn hersenen weinig tot geen inspanningen moeten doen.
Dus is het tijd voor een nieuwe uitdaging!

Om het gek worden tegen te gaan, en gewoon omdat ik graag iets nieuw bij leer, heb ik mij ingeschreven in de avondlessen Duits.
Elke maandagavond ga ik 3u Duitse les volgen. Zo kunnen mijn hersenen terug een inspanning doen, ik leer iets bij en ik vindt het leuk om te doen.

Daarnaast is het niet slecht om mijn lichaam een beetje te pushen, zodat ik op termijn vrijwilligerswerk kan gaan doen, of (heel) misschien terug een paar dagen kan gaan werken.

Het is een nieuw doel in mijn leven, dat met de nodige planning en doorzetting kan behaald worden. Hopelijk succesvol ???

 

UPDATE Januari 2019: Tot mijn grote spijt heb ik de lessen moeten stop zetten. Op dit ogenblik heb ik de energie niet meer om 3u geconcentreerd les te volgen.

 

Doelen stellen en Plannen maken

Ik heb over de jaren heen geleerd dat, het leven met CVS en Fibromyalgie, makkelijker wordt als ik mijn dagen op voorhand plan.
Er zijn momenten dat ik mij heel strikt aan de planning moet houden, maar er zijn ook tijden geweest dat het plannen naar de achtergrond verdween.

  • Ik probeer per dag maar 2 afspraken aan te nemen en liefst dan nog één in de voormiddag en één na 16u.
    Vooraf afgesproken afspraken, zorgen ervoor dat ik rustmomenten kan inlassen.
    Voorbeeld; Op maandag ga ik rond 11u naar de Kine en om 16u30 naar mijn nagelstyliste. Tussen 12u en 14u kan ik dan een dutje doen, zodat ik alert ben om mijn nagels te gaan laten doen.

  • Ik probeer ook niet alle dagen van de week, afspraken te maken. Na een drukke dag las ik een rust dag in.
    Voorbeeld: Maandag heb ik 2 afspraken buitens huis, dus dinsdag is een thuisdagje, een rustig dagje

  • Een geplande afspraak is niet steeds een buitenshuis afspraak. Een afspraak kan ook papierwerk voor mijn persoonlijke administratie, of babysitten op mijn nichtje ofzo zijn.
  • Opstaan en gaan slapen rond hetzelfde uur is ook een deel van het plannen, alsook het dutje tussen bepaalde uren.
  • Mijn thuis is een rustzone, een zone waar ik mag laten zien hoe het echt met mij gaat.
  • Iedereen die bij mij thuis komt, of ze gaan met mij mee, die moeten zich aanpassen aan mijn tempo.
    Voorbeeld: ik ga mee boodschappen doen. Dan parkeren ze met mij het beste dicht bij de deur (daarvoor heb ik nu mijn gehandicapten parkeerkaart). Hoe verder er geparkeerd wordt van de deur, hoe meer energie ik al heb opgedaan met te stappen.
    Nog een voorbeeld: Ik doe aan doelgericht winkelen. Als er met mij naar kledingwinkels wordt gegaan, ga ik als eerst in mijn rolstoel zitten. (Omdat stappen energie vraagt). Ik ga winkelen omdat ik een kleedje nodig heb, dus zoeken de mensen die bij mij zijn kleedjes uit in 1 winkel. daaruit selecteer ik die ik mooi vind (niet meer dan 3 stuks), en dan ga ik maar passen. Tussen het wisselen van stukken ga ik zitten. Een volgende winkel wordt al moeilijk, want mijn energieniveau zit diep onder nul. 

  • Mijn slaapkamer is een rustpunt. Ik gebruik mijn slaapkamer voornamelijk om te slapen, of tot rust te komen en een boek te lezen.
    Een rustpunt (in huis) is belangrijk voor mij, omdat mijn hersenen dan perfect weten, ze is in haar slaapkamer dus haar lichaam en hersenen mogen rusten, snoezen, slapen.

Naast het plannen van mijn dagen, stel ik ook doelen op, op korte termijn maar evengoed op lange termijn.
Die doelen zijn er om naartoe te werken, om naartoe te plannen en tot slot een houvast te geven. Dit wil niet zeggen dat elk doel behaald wordt, soms moeten ze worden aangepast en/of zelfs geschrapt worden.

Enkele van mijn doelen zijn o.a.:

  • Op korte termijn:
  • vooruitgang maken bij de kine
  • een paar uurtjes per week kunnen werken
  • naar een klasreunie gaan
  • Op middellange termijn:
  • Lentefeest van Marie (Nichtje)
  • Trouw van Joske en Fien (Joske is mijn maatje)
  • Op lange termijn:
  • Zwanger worden
  • eigen huisje

Steeds leven met een plan en een doel, is minder erg dan het klinkt. Het helpt mij op de slechte momenten om vooruitgang te boeken. En op de goede momenten is er meer ruimte voor spontane dingen.
Door het plannen ben ik al zo ver geraakt als ik nu ben, en kan ik nog verder geraken.

Terug naar de Kine …

Terug naar de kinesist, na ongeveer 15 jaar, voor degrees exercieses. Eigenlijk wil dat zeggen dat ik terug naar de kine gaat om mijn spieren, gewrichten, botten … terug in beweging te krijgen en de aftakeling om te keren. Daarnaast houdt kine een goede, realistische spiegel voor in hoe zwaar mijn herval is geweest. En het aanvaarden van die terugval.

28/08/18
Eerste keer naar de kine, naar Ulrike. Eerst een kennismakingsgesprek, wat er moet gebeuren en dan oefeningen.

  • 2x 1minuut op de loopband stappen aan 2,5 km/u
  • 10x aan een koord trekken
  • 10x een bal van de ene hand naar de andere gooien
  • 3x ademhalingsoefening van 1 minuut

Niet veel, toch? Ik was kapot. Ik ben thuis gekomen en heb geslapen, gegeten en geslapen. 2 dagen nadien, had ik nog steeds pijn ervan en dan moest ik al terug naar Ulrike.

Wat bleek, ik sta vele verder achteruit dan ik beseft heb. Ik ben op de muur gelopen, zodat dat besef goed doordrong. En dat is een besef dat emotioneel pijn doet. Ik heb bijna 24uur geweend. Niet omdat ik verdrietig was, maar gewoon tranen die stroomde en die niet tegen gehouden konden worden. Het besef dat ik terug moet gaan opbouwen, met vallen en opstaan, is een moeilijk besef. Maar één dat nodig is, om vooruit te komen.

Ulrike is super, en stelt mij gerust dat ik wel terug vooruit ga gaan, maar dat het traag zal gaan. Dat ik terug op een niveau kan komen, waar ik voorheen ook ben op geweest. Maar ik heb nu veel tijd nodig en doelen.

Sinds de eerste keer, ben ik nog 3 keer naar de kine geweest. Mijn oefenschema ziet er nu als volgt uit.

  • ademhalingsoefening van 1 minuut
  • 10x vuisten maken en ontspannen
  • ademhalingsoefening van 1 minuut
  • 10x met voeten waggelen
  • ademhalingsoefening van 1 minuut
  • 10x knieën naar beneden drukken
  • 1x ademhalingsoefening

Niet veel hé! Maar van zodra dat ik dit kan zonder te veel last te hebben achteraf, komen er oefeningen bij.

Dus wacht ik en oefen ik., zolang het nodig is.

 

15 september 2017, daar was de herval …

Ik ben sinds 4 november 2001, steeds traag, heel traag, vooruit gegaan. Ik had soms kleine hervallen, die ik redelijk snel kon recupereren en gewoon meer kon vooruitgaan.

Tot 15 september 2017, dan ben ik letterlijk ineen gestort. Dan was elke fysieke en /of emotionele inspanning te veel. Ik kon nog slapen en eten. Daaruit bestond mijn dag.
Na een maand thuis te hebben gezeten, ben ik terug gaan proberen te werken, met een aangepaste uurrooster. IK werkt om de dag 4u, ma/woe/vrij werken – di/don thuis. Dit heb ik 4 maand volgehouden, totdat ik ontslagen ben.

Ik heb mij letterlijk kapot gewerkt!

Achteraf moet ik toegeven dat 20u werken in de week te veel en te zwaar was voor mij. Heel mijn leven draaide nog om te werken en niets anders. Ik heb hobby’s opgegeven, vrije tijd opgegeven, ik heb wakker momenten ingeruild voor slapen, Ik heb familie en vrienden opgegeven, om toch maar 20u per week te kunnen en mogen werken.

Na mijn ontslag heb ik tijd genomen om mijn lichaam te laten herstellen. Ik was mij niet bewust van de zwaarte van mijn terugval. Ik zei steeds “geef mij nu even de tijd om te herstellen en binnen een paar maanden zal ik wel terug kunnen werken.” Want dat verwacht toch de maatschappij, Niet?

aaaa

Sinds 15 september 2017, ga ik om de 2 maanden naar Dr. Maes. Hij volgt mij op. Hij praat met mij over wat ik wil in mijn leven. Hij is steeds begripvol en stuurt bij waar nodig.

Sinds de laatste controle, moet ik terug naar de kinesist voor “degree excersises”. Ik moet terug fysiek opbouwen, mijn spieren in beweging zetten., het verzuring proces van de spieren tegengaan. En gaan praten met een Jobcoach, om te kijken wat mijn mogelijkheden in de toekomst zijn.

Ik sta volledig achter de kine-behandeling en de jobcoach training. Ze zullen mij beide helpen herstellen en terug traag maar zeker vooruitgang bieden.

Nu is geduld het belangrijkste, en dat is soms het moeilijkste.

De Lepeltheorie

De lepeltheorie is een methode om uit te leggen hoe het is om chronisch ziek te zijn. Het is een erg lang artikel maar zeker de moeite waard om te lezen. Dit artikel is niet door mij geschreven, dit is een vertaalde versie van het originele artikel van Christine Miserandino. Christine heeft Lupus; het artikel is aangepast aan de chronische ziekte Fibromyalgie.

Foto

De lepeltheorie; zo voelt chronisch ziek zijn

Mijn beste vriendin en ik zaten in een cafetaria te praten. Zoals gewoonlijk was het al laat en we aten Franse frietjes met saus. Vroeger, toen we jong waren, brachten we veel tijd door in de cafetaria in plaats van op school en de meeste tijd spraken we over jongens, muziek of over onbelangrijke dingen die voor ons op dat moment wel belangrijk waren. We waren nooit ergens serieus over. Toen ik wat medicijnen nam, samen met een snack zoals ik gewoonlijk deed, keek ze me aan met een vreemde blik, starend, zonder verder te praten.

Toen vroeg ze me zomaar, zonder aanleiding, hoe het voelt om fibromyalgie te hebben en om ziek te zijn. Ik was ontzet. Niet alleen omdat ze zo onverwacht met die vraag kwam, maar ook omdat ik dacht dat ze alles over fibromyalgie en chronisch ziek zijn wist, wat er bekend over was. Ze ging met me mee naar de artsen, ze zag me lopen met krukken, rijden in de scootmobiel, rollen met de rolstoel, zag me overgeven in de WC en ze had me zien huilen van de pijn. Wat was er dan nog meer wat ze moest weten?
Ik begon wat te ratelen over pillen, spuiten, infusen, ongemakken en pijnen, maar ze hield aan en leek niet tevreden te zijn met mijn antwoorden. Ik was een beetje verrast, omdat ze mijn kamergenoot was toen we studeerden en al jaren lang een goede vriendin van me was; ik dacht dat ze al lang wist over de medische kant van fibromyalgie. Toen keek ze me aan met een blik, die ieder ziek mens heel goed kent, de uitdrukking van pure nieuwsgierigheid naar iets wat iemand die gezond is echt niet kan bevatten. Ze vroeg me hoe het voelde, niet lichamelijk, maar hoe het voelde om mij te zijn, ziek te zijn.

Terwijl ik probeerde te kalmeren, keek ik rond naar iets om me te helpen, maar ook om tijd te rekken om te denken. Ik probeerde de juiste woorden te vinden. Hoe beantwoord ik een vraag die ik ook nog nooit voor mezelf heb kunnen beantwoorden? Hoe leg ik tot in detail uit hoe je iedere dag wordt beïnvloed door je ziekte? Hoe maak je de emoties duidelijk waar een ziek mens mee worstelt, aan iemand die gezond is? Ik had het op kunnen geven, een grapje kunnen maken zoals ik normaal doe en van onderwerp kunnen veranderen. Maar ik herinner me dat ik dacht: “Als ik niet probeer het haar uit te leggen, hoe kan ik dan van haar verwachten dat ze het begrijpt? Als ik het niet uit kan leggen aan mijn beste vriendin, hoe kan ik mijn wereld dan uitleggen aan iemand anders?” Ik moest het op zijn minst proberen.

Op dat moment werd de lepeltheorie geboren.
Snel nam ik alle lepels van de tafel – en zelfs van de andere tafels. Ik keek haar in de ogen en zei: “Alsjeblieft, je hebt nu fibromyalgie”. Een beetje verbaasd keek ze me aan, zoals de meesten zouden doen als ze een boeketje lepels in de hand kregen. De koude metalen lepels rinkelden in mijn handen terwijl ik ze bij elkaar pakte en in haar handen legde. Ik legde haar uit dat het verschil tussen ziek zijn en gezond zijn is, dat een ziek mens keuzes moet maken en constant moet nadenken over dingen, terwijl de rest van de wereld dat niet hoeft. Gezonde mensen hebben de luxe van een leven zonder die keuzes, een gift die de meeste mensen als vanzelfsprekend beschouwen.

De meeste mensen beginnen hun dag met een onbeperkte hoeveelheid mogelijkheden en energie om te doen wat ze maar willen, met name jongeren. Over het algemeen hoeven ze zich geen zorgen te maken over de effecten van hun bezigheden. Dus gebruikte ik de lepels om dit duidelijk te maken. Ik wilde voor haar iets om vast te houden en dat ik weg kon nemen, omdat de meeste mensen met een chronische ziekte een gevoel van verlies ervaren van het leven dat ze tot dan toe kenden. Als ik de controle van het wegnemen van lepels bleef houden, dan zou ze weten hoe het voelt dat iemand of iets, in dit geval fibromyalgie, controle over je leven heeft.
Enthousiast pakte ze de lepels aan. Ze had geen idee van wat ik aan het doen was, maar ze is altijd in voor leuke dingen, dus ik geloofde dat ze dacht dat ik een grapje maakte, zoals ik normaal gesproken doe bij gevoelige onderwerpen. Ze had niet in de gaten hoe serieus ik zou worden. Ik vroeg haar de lepels te tellen. Ze vroeg waarom, en ik legde haar uit dat als je gezond bent, je verwacht een oneindig aantal lepels te hebben. Maar als je de dag zorgvuldig moet gaan plannen, moet je precies weten met hoeveel lepels je de dag start. Het is geen garantie dat je er onderweg niet nog een paar lepels verliest, maar het helpt wel om te weten waar je vanuit kunt gaan. Ze telde: 12 lepels. Ze lachte en zei dat ze er meer wilde hebben. Ik zei: “nee”. Ik wist meteen dat dit spelletje zou werken, toen ze teleurgesteld keek – en we waren nog niet eens begonnen! Ik wil al jaren meer lepels en heb nog geen manier gevonden om er meer te krijgen, dus waarom zou zij er wel meer krijgen? Ik vertelde haar dat ze zich er altijd bewust van moest zijn hoeveel ze er nog had en dat ze ze niet mocht laten vallen, omdat ze nu fibromyalgie heeft en dus spaarzaam met haar lepels om moet gaan.
Ik vroeg haar, haar dagelijkse bezigheden te vertellen, inclusief de simpelste dingen. Terwijl ze vertelde over alle dagelijkse en leuke dingen, legde ik haar uit dat iedere bezigheid haar een lepel zou kosten. Toen ze meteen vertelde over het op weg gaan naar haar werk, onderbrak ik haar en pakte een lepel af. Ik vloog haar bijna aan. Ik zei: “NEE! Je staat niet zomaar op. Eerst doe je moeizaam je ogen open, en je komt er achter dat je te laat bent doordat je slecht geslapen hebt. Je kruipt moeizaam uit bed en je moet eerst zorgen dat je iets eet voor je iets anders kunt doen, want als je niets eet kun je ook je medicijnen niet nemen, en kun je meteen alle lepels van vandaag inleveren, en die van morgen ook.” Ik nam snel een lepel weg en ze realiseerde zich dat ze zich nog niet eens had aangekleed. Douchen kost haar een lepel, alleen maar voor het wassen van haar haren en het scheren van haar benen. In werkelijkheid zou het hoog reiken van de armen tijdens het haren wassen en het laag reiken om haar benen te scheren wel eens meer kunnen kosten dan 1 lepel, maar dat liet ik maar even zitten. Ik wilde haar niet meteen bang maken. Het aankleden kostte haar alweer een lepel.
Ik hield haar weer even tegen en bracht iedere kleine stap in het proces ter sprake om haar duidelijk te maken dat ze over ieder detail moest nadenken. Je trekt niet zomaar wat kleren aan als je ziek bent. Ik legde haar uit dat ik moet kijken welke kleren ik daadwerkelijk aan kan doen. Als mijn handen pijn doen, zijn knopen of een rits uit den boze. Als ik die dag overal in brand lijk te staan, heb ik lange zachte mouwen nodig, als ik koorts heb moet ik een warme trui aantrekken om warm te blijven en ga zo maar door. Als slecht geslapen heb, heb ik meer tijd nodig om er goed uit te zien. En dan moet je er ook nog 5 minuten bij tellen die je nodig hebt om je boos of verdrietig te voelen, omdat dit alles me 2 uren gekost heeft.

Ik denk dat ze begon het te begrijpen.
Toen legde ik haar uit dat ze de rest van haar dag precies uit moest uitstippelen, want als de lepels op zijn, zijn ze ook echt op. Soms kun je de lepels van de volgende dag lenen, maar bedenk dan hoe moeilijk die dag zal zijn als je start met nog minder lepels. Ook moest ik haar uitleggen dat iemand die ziek is, altijd leeft met de dreigende gedachte dat morgen misschien de dag is dat je verkouden wordt, een ontsteking oploopt of dat je iets anders overkomt dat voor een chronische zieke gevaarlijk kan zijn. Dus je wilt nooit met te weinig lepels komen te zitten, omdat je nooit weet wanneer je ze echt nodig hebt. Ik wilde haar niet ontmoedigen, maar ik moest realistisch blijven en jammer genoeg is voorbereid zijn op het ergste een normaal onderdeel van een normale dag voor mij.
We namen de rest van de dag door. Langzaam aan leerde ze dat het overslaan van de lunch haar weer een lepel zou kosten, evenals een standplaats in de trein, of zelfs te lang typen op de computer.
Ze werd gedwongen keuzes te maken en op een andere manier over dingen na te denken. Theoretisch gezien moest ze zelfs de keuze maken om maar geen boodschappen te doen, zodat ze die dag nog kon avondeten. Toen we bij het einde van haar doe-alsof-je-fibromyalgie-hebt-dag kwamen, zei ze dat ze honger had. Ik maakte haar erop attent dat ze nog warm moest eten, maar dat ze nog maar 1 lepel over had. Als ze zou koken zou ze geen energie (lepels) meer over hebben om de afwas te doen. Als ze uit eten zou gaan, zou ze misschien te moe kunnen zijn om veilig in de auto naar huis te rijden. Toen zei ik tegen haar dat ik nog niet de moeite had genomen om haar in dit spel te vertellen dat ze ook nog eens zo misselijk was, dat koken al niet meer aan de orde was. Ze besloot soep te maken, omdat dat makkelijk was. Ik zei tegen haar dat het pas 19.00 uur was, je hebt de rest van de avond nog maar 1 lepel, dus kun je misschien iets leuks doen, of tv kijken, je huis poetsen, of gaan zingen bij je koor, maar je kunt het niet allemaal doen.
Zelden zag ik haar emotioneel.. Ik wilde niet dat mijn vriendin overstuur raakte, maar tegelijkertijd was ik blij dat iemand mij eindelijk een beetje begreep. Ze had tranen in haar ogen en vroeg: “Hoe doe je dat? Moet je dit werkelijk iedere dag zo doen?” Ik legde haar uit dat sommige dagen slechter gaan dan andere; op sommige dagen heb ik meer lepels dan op andere. Maar ik kan het nooit achter me laten en nooit vergeten, ik moet er altijd bij nadenken. En heel af en toe verdwijnt er structureel een lepel, die je nooit meer terug krijgt. Ik gaf haar een lepel die ik stiekem achter de hand had gehouden. Ik zei simpelweg: “Ik heb geleerd om te leven met een extra lepel in mijn zak als reserve. Je moet altijd voorbereid zijn.”
Het is moeilijk. Het allermoeilijkste dat ik heb moeten leren is om het kalm aan te doen en niet alles te willen doen.
Daar vecht ik iedere dag tegen. Ik haat het buitengesloten te worden, thuis te moeten blijven terwijl ik weg zou willen gaan, dingen niet gedaan te kunnen krijgen omdat het niet gaat. Ik wilde dat ze de frustratie voelde. Ik wilde dat ze begreep, dat alles wat iedereen doet zo gemakkelijk gaat, maar dat het voor mij honderd kleine taken zijn in één. Ik moet aan het weer denken, mijn temperatuur die dag en alle plannen voor de hele dag, voordat ik iets kan gaan doen. Terwijl andere mensen gewoon dingen kunnen doen, moet ik erbij stilstaan en plannen alsof ik een strategie ontwikkel voor een oorlog. Het verschil tussen ziek en gezond zijn is de levensstijl. Voor gezonde mensen is er de wonderbaarlijke vrijheid om niet hoeven te denken maar gewoon te doen. Ik mis die vrijheid. Ik mis het nooit lepels te hoeven tellen.
Nadat we allebei wat emotioneel waren en we er wat langer over doorpraatten, merkte ik dat het haar raakte. Misschien begreep ze het eindelijk. Misschien realiseerde ze zich, dat ze nooit oprecht zou kunnen zeggen dat ze het écht helemaal begreep. Maar ze zou tenminste niet meer klagen, als ik weer eens niet met haar uit eten kan, of wanneer ik nooit eens bij haar lijk te kunnen langsgaan en zij steeds bij mij moet komen. Ik knuffelde haar toen we de cafetaria uitliepen. Ik had die ene lepel nog in mijn hand en zei: “Maak je geen zorgen. Ik zie dit als een zegen. Ik ben gedwongen over alles wat ik doe na te denken. Weet je wel hoeveel lepels sommige mensen iedere dag verspillen? Ik heb geen ruimte voor verspilde tijd of verspilde lepels, ik heb er nu voor gekozen deze tijd met jou door te brengen.”

2003 by Christine Miserandino
https://www.facebook.com/Thespoonlady
https://butyoudontlooksick.com/

Afbeeldingsresultaten voor lepeltheorie